Vastentijd

De H. Basilius schrijft: “Het eerste gebod tot vasten werd in het paradijs uitgevaardigd: Adam mocht niet eten van de boom van goed en kwaad! 

De ramadan van de moslims is bekender dan het vasten van katholieken. We gebruiken de ramadan wel om uit te leggen wat vasten is. Toch zijn er verschillen: in de kijk op en in de beleving van de vasten. Het grootste verschil is wel: het gaat bij ons niet om de vasten. Vasten is bij ons niet een hoogtepunt: het gaat om Pasen. De veertigdaagse vastentijd is er als voorbereiding op Pasen. Om Pasen nog meer te laten uitkomen. In de 40-dagentijd houden we Pasen voor ogen: Jezus’ verrijzenis. Hij heeft dood en zonde overwonnen. 

In psalm 51 bidden we “Delg mijn zondigheid in uw erbarmen, was mijn schuld volkomen van mij af. We vragen in de vastentijd om vergeving: “Schep in mij een zuiver hart”, vrij van zonde en schuld. – een hart dat probeert te ontdekken wat God van mij verwacht.

In een communieproject stond herkenbaar uitgelegd wat zonde is. Wanneer gebruiken wij het woord zonde? Als je een glas cola op tafel omstoot en de cola stroomt over een boek, dan roepen we “wat zonde!” Zonde, want daar is de cola niet voor bedoeld, het boek niet en de tafel ook niet. 

Als wij mensen dingen doen die niet bedoeld zijn, waarvoor we niet geschapen zijn, is dat zonde. (Of dingen achterwege laten die we wel moeten doen.) God heeft een plan met ieder van ons. Een plan dat we kunnen ontdekken, meer door te doen dan door na te denken. Dát doen waarvan we inzien dat we het moeten doen. Zo ontdekken we steeds meer zijn plan met ieder van ons. En voor mij kan alleen ik dat invullen. Als ik het niet doe, dan gebeurt het niet. God wil wel vergeven als ik daarom vraag en Hij zal dan aanvullen waar ik tekortschiet. Daarvoor is de 40-dagentijd: vergeving vragen; dan schept Hij in ons een zuiver hart. Bidden we om Gods plan met mij te mogen ontdekken. Gezegende vastentijd!

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken