Tijd en eeuwigheid.

De donkere dagen bieden ons de kans en zijn er soms ook aanleiding voor om meer te peinzen over de ‘tijd’ die ons gegeven is. Tijd is een relatief begrip vanuit ‘eeuwigheid’ gezien. Wat ‘tijd’ is, hebben wij mensen met elkaar afgesproken en ingedeeld in minuten, uren enz. Maar wat ‘tijd’ is voor iedere mens heeft te maken met de omstandigheden van het belevingsmoment. Daarom delen we onze tijd ook in in werktijd, vakantie, bezigheden die je al dan niet liggen en al naar gelang ervaren we de ‘tijd’ als nuttig, prettig of niet. Veel mensen  willen ‘tijd’ optimaal benutten, invullen. Meestal betekent dat zoveel mogelijk doen met de kans vluchtig en oppervlakkig te worden. Door dat nu juist niet te doen en door je beperkingen op te leggen, leef je wel helemaal in het ‘nu’. Je gaat ergens totaal in op zonder er aan ten onder te gaan. De ‘tijd’ zo beleven kent ook geen sleur. Elk ‘nu’ voorkomt immers dat je in herhaling valt of telkens iets nieuws of anders wilt. De ‘tijd’ zo beleven schept een vrijheid die er niet in bestaat te doen wat je alleen graag doet maar graag te doen wat je doet. Wie de gegeven ‘tijd’ zo beleeft heeft al een intuïtief vermoeden van de eeuwigheid.

René H.M. Maessen, pastoor-deken.