Thuis

Het woord ‘thuis’ is meer dan zomaar een woord. Het woord ‘thuis’ is de uitdrukking voor: je geborgen weten, geen eenzaamheid kennen. Misschien moeten we allemaal in ons leven de weg gaan om ‘thuis’ te komen. Letterlijk ‘thuis’ bij jezelf, om, ook als je alleen bent, je toch niet eenzaam en verlaten te voelen. De vakantietijd is misschien wel zo’n periode in het leven om dat opnieuw te ontdekken. Hoe graag we ook op vakantie gaan: we gaan allemaal weer graag terug naar huis. Thuis heeft ook altijd de component van: samen. De eerste vraag die mensen elkaar stellen wanneer ze van huis gaan is: “Wanneer ben je terug?”. Duurt dat langer dan afgesproken, dan volgt er al een onrust. Maar wat betekent dat voor mensen die alleenstaand zijn, die geen partner, geen kinderen en misschien zelfs geen vrienden hebben. Wellicht komen zij eerder tot de vraag dan zij die in eerste instantie een ‘thuis’ hebben. Wat of wie is mijn eigenlijke ‘thuis’, wie is de dragende grond in mijn leven, is de vraag voor elke mens. Het is een geloofsvraag die een opening vindt in de vraag aan jezelf: bij wie ben ik ‘thuis’ behalve bij mezelf omdat ik dat ook niet altijd ervaar. Op zo’n moment kunnen we de woorden van de Goede Herder Jezus horen: “Ik ben er voor jou”. Henri Nouwen beschrijft zijn thuisreis in zijn boek: ‘Eindelijk thuis’, door het dal van diepe eenzaamheid die in eerste instantie opgelost werd door de Arkgemeenschap in Toronto. God werkt door mensen die beschikbaar zijn voor anderen. In de liefde kom je pas echt thuis bij God en mensen.