In de Sint Stephanuskerk in Heel zouden wij graag het priesterkoor willen herinrichten omdat de kerk na de geslaagde restauratie in de jaren ‘90 van de vorige eeuw niet af is zonder een passend altaar zoals dat er ook heeft gestaan tot in de jaren ’60.  Al jaren zijn wij op zoek naar een passend altaar.

Aanleiding voor de voorgenomen herinrichting van het priesterkoor is de ontmanteling en sloop van de kapel van Huize Sint Joseph in Heel, een voormalig klooster van de Broeders van de Heilige Joseph.
Vanaf 1880 verzorgden zij daar mannen met een verstandelijke beperking. Het werk werd vervolgens vanaf 1969 voortgezet door Stichting Daelzicht. Tot aan de ontmanteling in 2016 was het interieur van de kapel nog grotendeels authentiek ingericht. Hoewel de voornaamste waarde van de inventaris gelegen was in de samenhang van de stukken als ensemble, waren met name het hoogaltaar en de bijbehorende communiebank hoogtepunten in dit interieur.

 

Onze parochiekerk beschikt niet meer over het oorspronkelijke hoofdaltaar, maar maakt gebruik van een samengesteld Sacramentsaltaartje. Het is een eenmalige en unieke kans om het altaar en communiebank praktisch op locatie te behouden omdat de afstand tussen de voormalige kapel van Daelzicht en de parochiekerk hemelsbreed 300 meter is. Bovendien maakt de gemeenschap van Daelzicht elke zondag en bij uitvaarten gebruik van de parochiekerk. Het herbestemmen van het altaar en de communiebank in de parochiekerk van Heel is ook van meerwaarde, omdat het voor de cliënten een belangrijke herkenningswaarde heeft.

Stichting Daelzicht heeft het altaar geschonken aan de parochie Heel bij gelegenheid van het vijftigjarig professiefeest van Br. Ambrosius in 2016. Het kerkbestuur heeft dit geschenk in dank aanvaard en heeft zich positief uitgesproken over de plannen. Voordat het zover is, dient het hoogaltaar en de communiebank nog wel (terughoudend) gerestaureerd en schoongemaakt te worden en moet het priesterkoor in de Sint Stephanuskerk aangepast worden.

 

Hoogaltaar
Het hoogaltaar is inmiddels zorgvuldig gedemonteerd en opgeslagen bij de Gebr. Bongers in Roggel. Het is compleet en de staat van de onderdelen is in principe goed. De onderdelen van het altaar zijn vervuild door stof, roet en vogeluitwerpselen. Voor de reconstructie is een nauwkeurige meting nodig van altaar en apsis. Er dient zorgvuldig gekeken te worden naar de geschikte hoogte van de plaatsing, omdat het altaar afkomstig uit de kapel van Huize Sint Joseph groter is dan het oorspronkelijke hoogaltaar van de  Sint-Stephanuskerk.

Een eerste meting toont aan dat het altaar zowel fysiek als visueel mooi past in de apsis. Voornaamste zorg is dat het altaar niet te hoog wordt. Plaatsing van het altaar op het oorspronkelijke suppedaneum van drie treden is daarom niet aan te bevelen. Een altaar moet wel van het vloeroppervlak verheven worden. Door alleen de bovenste trede te gebruiken wordt het eigenlijke altaar verheven boven de vloer van het priesterkoor. Het gedeelte van de stenen onderbouw waarop het retabel staat, kan op de vloer staan. Dit deel is hoger en zal door een steenhouwer op de juiste maat moeten worden gemaakt.

Een steenhouwer zal de altaartafel, onderbouw van het retabel en de trede moeten plaatsen in de kerk. De basis hiervan bestaat uit een gemetseld blok waaromheen de zandstenen onderdelen worden aangebracht. Aan de achterzijde van deze stenen onderbouw wordt de marmeren plaquette aangebracht die betrekking heeft op de Heilig-Hartverering in de hieraan toegewijde kapel van Huize Sint Joseph om dit verhaal compleet bij elkaar te bewaren.

Reiniging van altaaronderdelen en beeldengroepen dient zorgvuldig te gebeuren. Mogelijk kan dit, voor wat betreft de gepolychromeerde onderdelen worden, uitbesteed aan de Stichting Restauratie-atelier Limburg (SRAL). Ook dit moet terughoudend gebeuren, de beelden en beeldengroepen moeten niet gaan glanzen. Het monteren van het altaarretabel kan worden verricht door de gebr. Bongers.

Communiebank
Het hoogaltaar en de communiebank vormden in de kapel van Huize Sint Joseph een sterke eenheid. Beide komen uit het atelier van de firma Ramakers (destijds een van de grootste ateliers van Limburg) in Geleen en zijn beide vervaardigd omstreeks 1914. Stijl, beeldhouwwerk en kleurgebruik komen overeen. Om die reden is bij de inventarisatie het advies gegeven om altaar en communiebank samen her te bestemmen. Aangezien de communiebank als knielbank voor het ontvangen van de communie en als afsluiting van het priesterkoor in onbruik is geraakt, is gezocht naar een passende oplossing, zodanig dat de communiebank geen barrière vormt. De huidige inrichting van de parochiekerk leent zich voor plaatsing van de communiebank op het priesterkoor, ter markering van de overgang naar de koorsluiting. Op die manier wordt het priesterkoor als het ware opgesplitst in een deel waar de liturgie gevierd wordt en een ‘Sacramentskapel’.

Om een goede toegankelijkheid te behouden tot het hoogaltaar, dat als Sacramentsaltaar dienst zal doen, dient de communiebank die uit een geheel bestaat, te worden opgesplitst. Door het middelste tafereel te verwijderen en de communiebank in twee delen te plaatsen aan weerszijden van de loper, die door het middenpad via het priesterkoor leidt naar het Sacramentsaltaar, is het hoogaltaar goed bereikbaar door een opening van 130 cm, die net iets breder is dan de loper.

De plaatsing van de resterende delen van de communiebank dient andersom te gebeuren dan in de huidige samenstelling om de zaagkant tegen de muur te plaatsen en de afgewerkte zijkanten de doorgang te laten flankeren.

Herinrichting van het priesterkoor
Om hergebruik van het middelste tafereel van de communiebank (Laatste Avondmaal) mogelijk te maken en de herinrichting stilistisch op elkaar af te stemmen, is aanpassing van de huidige inrichting van het priesterkoor noodzakelijk. Het wordt aanbevolen om de inrichting van het priesterkoor zodanig tot een geheel te maken dat deze in evenwicht is met de opvallende preekstoel.

Het vervaardigen van een nieuw vieringaltaar met daarin verwerkt de beeldengroep van het Laatste Avondmaal draagt bij aan een evenwichtig totaalbeeld. Om de voorstelling van het Laatste Avondmaal van een passend kader te voorzien is het voorstel om twee zuiltjes de reconstrueren naar het oorspronkelijke model zoals aangebracht in de communiebank. 

Door ook de ambo te laten aansluiten op het geheel is hergebruik te overwegen van de bestaande, kleinere zuiltjes (sacristiezolder) en engelenbeeldjes (naast het tabernakel), afkomstig van het voormalige hoofdaltaar van de parochiekerk.

Het geheel past tenslotte ook in onze rijksmonumentale kerk, omdat het priesterkoor en het transept in 1901 zijn verbouwd door architect Caspar Franssen en wat betreft stijl overeenkomt met het hoogaltaar en de communiebank.