In verbondenheid

Met onze dierbare doden blijven we verbonden. Naast het gemis ervaren we ook nabijheid en vertrouwen. Troost en hoop kunnen we vinden in de geloofservaring van mensen die ook afscheid hebben moeten nemen. Hieronder een gedicht van Augustinus.

“De dood is niets. 

Ik ben maar aan de andere kant. 

Ik ben mezelf, jij bent jezelf. 

We waren er voor elkaar, dat zijn we nog altijd.

Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.

Spreek tegen me, zoals weleer, 

op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.

Lach om wat ons samen heeft doen lachen.

Denk aan mij, bid met mij.

Spreek mijn naam uit thuis, zoals je altijd hebt gedaan,

zonder deze te benadrukken, zonder droefheid.

Het leven is wat het altijd is geweest.

De draad is niet gebroken.

Waarom zou ik uit je gedachten zijn?

Omdat je me niet meer ziet?

Nee, ik ben niet ver, juist aan de andere kant van de weg.

Zie je, alles is goed.

Je zult mijn hart opnieuw ontdekken 

en er de tevredenheid terugvinden.

Zuiverder dan ooit.

Dus droog je tranen en ween niet, als je van me houdt.”

Na het overlijden van mijn moeder, stelde mijn zus voor op de grafsteen erbij te schrijven: in verbondenheid. Ik ben blij dat we dit hebben gedaan. In twee woorden drukt het uit wat we voelen en geloven. Het drukt dankbaarheid uit en ook wat we voor elkaar kunnen blijven betekenen. Wij spreken ten beste voor onze ouders en andere dierbaren, en zij zullen voorsprekers voor ons worden. Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen. Dat ze mogen rusten in vrede.

 

Pastoor-deken Wim Miltenburg fso