Herfst, Novembermaand.

“Wat zijn de kerkhoven toch mooi”, zei iemand toen we samen naar de goed onderhouden graven keken, naar de bloemstukken en het totale onderhoud. Chapeau voor de kerkhofonderhouders. Zo’n kerkhof is zeker mooi, evenals de traditie om het kerkhof te bezoeken en daar te denken en te bidden bij onze geliefde mensen. Dat is zeer rijk en heeft een diepe zin. “Dat is het enige wat ik nog kan doen” zei hij met een zucht. Een geboorte is iets moois, zo iets onbegrijpelijks, zo iets wonderbaars. Het sterven van mensen van wie je houdt, is ook zo onbegrijpelijk, is zo hard. Het begin van het leven en het einde van het leven, we maken het beide mee. In onszelf, in anderen. En in de periode die ertussen ligt, leven we ons leven. Het leven zelf is ook iets wonderbaars. Ik herinner me een gedicht van de Amerikaanse dichteres Nighways met als titel: ‘Ik weet iets goeds van jou’ en waarvan het laatste couplet luidt: “Zou niet de wereld beter zijn, als iedereen eens denken zou, er zit wel wat goeds in mij. Maar er is zeker veel goeds in jou.” Geboren worden is als de lente. Leven is als zomer. Sterven is als herfst, doorstane levensstormen, vruchten die worden geoogst. Zaad dat nu rust in de winterse grond en wacht, wacht op de nieuwe lente.

René H.M. Maessen, pastoor-deken.