De inbraak: Wat hebben we terug? Wat zijn we kwijt?

Mijmeringen over de inbraak. Opeens waren we historisch waardevol liturgisch vaatwerk kwijt.  In één nacht ontvreemd. Gestolen. Ik ben er veel mee bezig geweest, ook omdat de inbreker, of zijn handlanger me verschillende keren gebeld heeft en vroeg: “wat is het je waard?” Het had iets unheimisch. Ik ben nu natuurlijk ontzettend blij dat het in goede samenwerking gelukt is om een groot deel van de gestolen ‘spullen’ te achterhalen. 

Mijn gedachten gingen er dan vaker naar uit dat de kerkschatten bij ons meerdere eeuwen veilig waren. 

Het waren tastbare getuigenissen van de eredienst die verwezen naar de historie met de stiftdames. Hoe jammerlijk het ook was dat die opeens weg waren, mensen relativeerden het wel door me erop te wijzen: ‘het zijn tenslotte maar materiële voorwerpen’. Zo van: er zijn belangrijkere zaken – zeker in deze coronatijd. Ik denk aan woorden van H. Petrus bij de genezing van een lamme: “zilver of goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u: in naam van Jezus Christus de Nazoreeër, kom overeind en loop” (Hand. 3,6).

En als ik dan aan ons geloof denk; is het daar niet net zo mee gegaan als met het gestolen liturgisch vaatwerk? Eeuwenlang was het bij ons veilig en in goede handen. Opeens zijn we het kwijt geraakt! En we stonden er even machteloos tegenover! Of we hadden het deels zelfs niet in de gaten. Eeuwenlang was ons katholieke geloof vanzelfsprekend en een kostbaar goed dat we koesterden, waardevoller dan goud of zilver. Abrupt; in één generatie is het verdwenen. We hebben het ons laten ontnemen! 

Bij het kerkzilver beséften we wat we kwijt waren. We hoopten dat het terug zou komen. En achter de schermen is er ook flink aan gewerkt om het terug te krijgen. Veel is al terecht; nu misschien de monstrans nog. Ons geloof, ons katholieke erfgoed – zoveel kostbaarder dan zilver of goud – zouden we dat ook terugkrijgen? Willen we er moeite voor doen? Of missen we het niet eens? Met het kerkelijk vaatwerk is het gelukt. Hoe zal het met ons geloof gaan? “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (Lc 18,8).

Bij de inbreker hebben we gecheckt of het wel echt onze ampullen, enz. waren, die hij nu had. Stempel en inscriptie bleken authentiek! Geen nep. Laten we zorgen dat we het echte verrijzenisgeloof hervinden. Stellen we ons niet tevreden met een surrogaat of replica. Ons geloof heeft eeuwigheidswaarde. Checken we het aan de verrijzenis. Jezus is waarlijk opgestaan, alleluia. Blijde hoopvolle getuigen door de eeuwen heen dragen zijn stempel. Hun geloof is echt; zij zijn een bewijs. Dat wij ons in datzelfde blijde geloof mogen verheugen. 

pastoor-deken Wim Miltenburg fso